MBO-instellingen, gemeenten, jongeren- en werkgeversorganisaties roepen politiek op:
Zorg voor meer waardering en een gelijkwaardige positie voor het (v)mbo
Het wordt tijd om werk te maken van de overgang van een selectie- naar een talentenmaatschappij, waarin niet alleen theoretisch talent wordt gezien als maatstaf voor succes, maar waarin alle talenten – dus ook praktisch, sociaal of creatief talent – worden erkend en gelijkwaardig worden gewaardeerd. Daarvoor pleiten de mbo-instellingen SintLucas en Summa in de regio, samen met onder meer de gemeente Utrecht, de G4 en andere gemeenten, de VNG, de MBO-, VO- en PO-raad, MKB-Nederland, VNO-NCW, FNV, het LAKS en JOBmbo en andere organisaties in een oproep aan politiek Den Haag.
Op dinsdag 25 maart 2025 overhandigt een groot aantal gemeenten, jongeren-, onderwijs- en werkgeversorganisaties hun petitie aan de Tweede Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Kern ervan is dat er een overgang moet komen van een selectie- naar een talentenmaatschappij.
Wie een hbo- of wo-opleiding volgt, heeft meer onderwijsjaren en krijgt meer kansen dan jongeren op het vmbo en mbo. De schoolreisjes van vmbo-leerlingen en de studiereizen van mbo-studenten blijven meestal binnen Nederland, ze mogen vaak niet (voluit) deelnemen aan het studentenleven en er is minder ruimte voor persoonlijke, sociale of professionele ontwikkeling. Ze gaan op jongere leeftijd werken – en betalen dus ook eerder belasting en dragen eerder pensioen af. Ook zijn er verschillen tussen hoeveel er vanuit de overheid wordt geïnvesteerd in studenten. Zo krijgen mbo-studenten jonger dan achttien jaar geen studiefinanciering.
De ongelijkheid zet door op de arbeidsmarkt. Mbo-afgestudeerden worden lager ingeschaald en aanzienlijk lager beloond dan mensen met een hbo- of wo-diploma. Daarnaast is het mbo ondervertegenwoordigd binnen het bestuur en de politiek.

Knelpunten selectiemaatschappij
Het huidige Nederlandse onderwijssysteem kenmerkt zich door vroege selectie, gebaseerd op maar een klein deel van de talenten van kinderen. “Ik steun een inclusieve maatschappij waarin alle talenten – praktisch, sociaal en creatief – worden erkend en gewaardeerd”, zegt Ruud Rabelink van de Raad van Bestuur van SintLucas. “Het huidige onderwijssysteem leidt tot ongelijkheid en stigmatisering, omdat het te vroeg selecteert en zich beperkt tot cognitieve vaardigheden. Veel jongeren die – zoals op onze opleiding – enorm creatief zijn of graag met hun handen werken, raken gefrustreerd of zelfs ongelukkig als ze een puur theoretische opleiding volgen. Het vmbo en mbo leiden juist vakmensen en creatieve talenten op die onmisbaar zijn voor onze toekomst Wij willen een systeem waarin leerlingen de ruimte krijgen om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen zonder prestatiedruk. Laten we samen deze cultuurverandering in gang zetten.”
De participerende partijen maken zich zorgen omdat het (v)mbo niet wordt gezien als leerroute die aansluit bij specifieke behoeften en talenten van jongeren, maar als leerroute voor jongeren die niet goed genoeg zijn voor de havo, het vwo, hbo of universiteit. Volgens hen doet ons onderwijsstelsel jongeren met andere talenten dan rekenen en lezen te kort, omdat (in schooladviezen) juist wordt uitgegaan van waar zij níet goed in zijn.
Bouwstenen talentenmaatschappij: wat moet er veranderen voor een sterker mbo
- Toetsen en schooladviezen vooral ondersteunend
In de petitie wordt gepleit voor een nieuwe pedagogische visie op onderwijs. Onderwijs moet zich richten op de ontwikkeling van alle talenten. Dit betekent dat leerlingen en studenten de ruimte en het curriculum moeten krijgen om hun talenten en passie te ontdekken. Toetsen en schooladviezen zijn dan geen hard selectie- en vergelijkingsinstrument, maar ondersteunen de leerkracht bij het volgen van de ontwikkeling van leerlingen, op basis van ieders eigen kwaliteiten, talenten en behoeften. - Veel gemakkelijker overstappen
Het overstappen tussen onderwijsvormen en leerroutes moet gemakkelijker worden gemaakt. Ook een later selectiemoment is belangrijk, omdat het kan leiden tot meer kansengelijkheid – want: langer de tijd om je talenten te ontwikkelen –, minder stress bij jonge kinderen en minder segregatie. - Zelfde financiële middelen en tijd voor (v)mbo’ers
Bij een gelijkwaardige positie van het (v)mbo hoort ook dat er gelijkwaardig in wordt geïnvesteerd. Alle leerlingen en studenten moeten voldoende tijd en dezelfde (financiële) mogelijkheden krijgen voor hun persoonlijke, sociale en professionele ontwikkeling, net zo veel als wo’ers en hbo’ers die nu al krijgen. - Eerdere loopbaanbegeleiding
Voor een duurzaam toekomstperspectief is het belangrijk dat jongeren hun talenten kunnen inzetten daar waar de arbeidsmarkt hen de meeste kansen biedt. Concreet betekent dit dat er al vanaf jonge leeftijd – en dus niet pas op het mbo – sprake moet zijn van goede loopbaanbegeleiding, met aandacht voor kansrijke sectoren zoals de zorg, het onderwijs of de techniek. - Talent belangrijker dan type diploma
Het type diploma mag niet bepalend zijn voor de mogelijkheden die jongeren krijgen na hun opleiding. In sollicitaties en gedurende hun loopbaan moet de focus liggen op relevante competenties, vaardigheden en (werk)ervaring. - Eerlijk salaris
Ook al zijn mbo‘ers bezig aan een opmars, het verschil in salaris tussen mbo’ers en hbo’ers is nog steeds erg groot, zeker in relatie tot de grote schaarste aan vakmensen. Mensen met een mbo-diploma verdienen een eerlijk salaris, dat hun waarde in de maatschappij representeert.
